10% korting 10 rittenkaart in feb!

Patanjali wordt wel beschouwd als de “vader” van Yoga.
Hij leefde in de tijd dat de mensheid nog geen taal kende en er wordt gezegd, dat hij behalve de yoga-aforismen ook de taal aan de mensheid gaf. In die tijd werd de kennis omtrent ware aard en wezen van de mensheid mondeling doorgegeven. Pas later zijn de lessen van Patanjali op schrift gesteld. Dit gebeurde in korte teksten, sutras genaamd, waarover de yoga-leerling dan lange tijd mediteerde om zich de werkelijke betekenis ervan eigen te maken.

De Yoga sutras van Patanjali zijn een verhandeling over de verschillende fasen, stappen, die je als yoga –beoefenaar doorloopt. Patanjali geeft op de vraag wat Yoga is, het volgende antwoord: (Yoga citta vritti nirodha”). Yoga is het stilzetten van de wijzigingen van het denken. Yoga is het beheersen van de veranderingen in het denkvermogen.

Dat is de Staat van Yoga.
Dat is het uiteindelijke doel van alle yoga-beoefening.

Het is daarom goed om telkens weer bij jezelf te onderzoeken waar naar toe je onderweg bent, waarom je aan yoga doet”. Het geeft een grote vrede van binnen. Yoga wil ons via een natuurlijke weg een duurzame vrede geven,  in onszelf en niet daarbuiten. De wijze Patanjali wist dat en gaf in zijn sutras uitleg over de aard van de gedachten, de verschillende bewegingen daarin, de oorsprong daarvan en gaf vervolgens de weg aan hoe geleidelijk deze gedachten tot kalmte kunnen worden gebracht.

Het achtvoudige pad van Patanjali

De Indiase wijsgeer Patanjali beschreef ruim tweeduizend jaar geleden in zijn Yoga sutra's acht verschillende stadia van yoga: leefregels over hoe je een zinvol leven kunt leiden.

1. YAMA: deze regels zijn voor iedereen toepasbaar en beschrijven het omgaan met elkaar en de buitenwereld. Deze regels zijn: geweldloosheid, waarheid, niet stelen, kuisheid (ook het niet verspillen van energie en talenten) en niet begeren)

2. NIYAMA: dit zijn individuele disciplines, zelfbeheersing met betrekking tot jezelf. Deze disciplines zijn : Reinheid, tevredenheid, zelfbeheersing en onderzoek van jezelf.

3. ASANA: dit is het beoefenen van de lichaamshoudingen waardoor er stabiliteit en gezondheid ontstaat. Dit is niet alleen zo in lichamelijk opzicht maar het leidt ook tot mentaal evenwicht.

4. PRANAYAMA: het beheersen van de adem, Prana duidt op adem, sterkte, vitaliteit en leven maar ook op de ziel in plaats van het lichaam. Door het reguleren van de adem (ritmische ademhaling) wordt de geest kalm en kunnen we ons denken beheersen. De adem als ritmisch patroon dat rust brengt in ons denken en concentratie mogelijk maakt.

5. PRATYAHARA: de geest bevrijden van de zintuigen. Een voortdurend en gedisciplineerd onderzoek van jezelf en van de voorwerpen waarnaar je zintuigen je doen verlangen zodat er uiteindelijk een gelijke gemoedrust ontstaat ten opzichte van hitte en kou, pijn of plezier of als je geëerd of geminacht word.

6. DHARANA: koncentratie, op één punt gericht zijn. Het verstand, ego en rede onder controle brengen. Hoe ga je om met je verstand? Het verstand is het geheel van gedachten die heel moeilijk onder controle te brengen zijn omdat ze zo snel wisselen. Door te kijken hoe we denken en op welke wijze we ons verstand kunnen gebruiken is het mogelijk om ons zonder verwarring op één ding te richten.

7. DHYANA: meditatie ontstaat als de toestand van koncentratie ononderbroken blijft. Vanuit deze blijvende concentratie komen we in een vertraging en ontspanning terecht van waaruit we kunnen kijken naar onszelf, onze manier van handelen in plaats van de handelingen die we verrichten. Het is het kijken naar de verbindingen die we aan gaan met onze gedachten en gevoelens in plaats van te kijken naar de gedachten en gevoelens op zich.

8. SAMADHI: inleiding tot verlichting, de laatste stap. Dit is een toestand waarin lichaam en zintuigen in rust verkeren maar de mentale en intellectuele vermogens alert zijn alsof je waakt. Het is het uitstijgen boven het normale bewustzijn. Een vrede die alle begrip te boven gaat.
Met Yama en Niyama leren we onze driften en emoties beheersen en blijven we in harmonie met onze medemens. Door middel van Asana houden we het lichaam gezond en in harmonie met de natuur. Hierdoor worden we meester over ons lichaam en wordt het lichaam een gepast voertuig voor de ziel.
Deze eerste drie stadia noemen we het naar buiten gericht zoeken.

Pranayama en Pratyahara leren ons het beheersen van onze adem en daarmee ook het beheersen van onze geest. We bevrijden onze geest van de zintuiglijke begeerten.
Deze twee stadia worden het naar binnen gericht zoeken genoemd.

Dharana, Dhyana en Samadhi voeren ons naar het meest innerlijke, we kijken niet naar de hemel om god te vinden, we vinden het goddelijke in onszelf is. Deze laatste drie stadia houden ons in harmonie met onszelf en het grotere.
De laatste drie stadia worden het zoeken naar de ziel genoemd.

FaLang translation system by Faboba